Lelijke radiator opknappen: verven, ombouwen of toch vervangen
Zodra de verwarming weer aangaat, kijk je er ineens weer naar. Die radiator onder het raam met vergeelde lak, een roestrandje onderaan en een thermostaatkraan die al jaren piept. Er zijn grofweg drie dingen die je eraan kunt doen. Je kunt hem verven, je kunt er een ombouw omheen zetten of je kunt hem vervangen. Welke de beste is, hangt niet alleen af van hoe hij eruitziet, maar vooral van hoe goed hij nog verwarmt.
Een ombouw die juist meer warmte doorliet
Stijlredacteur Emma Dangel van het Amerikaanse Apartment Therapy liet op 11 oktober zien hoe ze de radiatoren in haar huurappartement onder handen nam. De oude ombouwen waren zo vaak overgeschilderd dat ze niet meer open konden en de luchtgaatjes bijna dicht zaten. Ze maakte nieuwe ombouwen als een groot houten fotolijstframe met geperforeerd aluminium erin, en zette ze vast met magneten zodat ze er weer af kunnen. Toen ze de oude kasten eraf had gewrikt, bleek de radiator vol pluis en stof te zitten.
Dat laatste is het interessantste detail. Haar ombouw zag er niet alleen beter uit, hij liet ook meer lucht door dan de oude. En dat is precies waar het bij een lelijke radiator om draait. Mooier maken mag nooit ten koste gaan van de warmte. Haar Amerikaanse huurappartement heeft andere radiatoren dan het gemiddelde Nederlandse huis, maar dat principe geldt hier net zo goed.
Eerst de vraag die je meestal overslaat
Voordat je verf of hout koopt, zet de verwarming een uur goed aan en voel aan de radiator. Wordt hij overal gelijkmatig warm, ook bovenaan en aan de uiteinden? Wordt de kamer behaaglijk zonder dat de thermostaat op standje sauna staat? Dan is de radiator technisch in orde en gaat het alleen om het uiterlijk. Blijft hij bovenaan koud, dan moet er waarschijnlijk lucht uit. Is hij onderaan doorgeroest of lekt hij bij de koppelingen, dan heeft verven geen zin meer.
Ook de manier waarop je verwarmt telt. Ga je in de komende jaren over op een warmtepomp, dan loopt er water van een lagere temperatuur door de leidingen. Volgens Milieu Centraal werken plaatradiatoren met meerdere platen en lamellen daar goed bij, terwijl oude radiatoren met dikke platen er vaak minder geschikt voor zijn. Een radiator die je nu prachtig opknapt, moet er dan misschien over een paar jaar toch uit.
Verven, de snelste winst
Is de radiator in orde, dan is verf de eenvoudigste make-over. Een radiator in de kleur van de muur valt bijna weg, een radiator in een eigen kleur wordt juist een accent. Bij een oude ledenradiator met mooie ribben zouden wij voor die tweede kiezen. Die vorm hoeft niet verstopt.
Gebruik geen gewone muurverf maar een lak die tegen warmte kan, en zet de verwarming ruim van tevoren uit. Ontvet, schuur de oude laag op en behandel roestplekken extra goed, anders komt de roest terug. Verf niet over de thermostaatkraan en de koppelingen, want een vastgeverfde kraan draait niet meer soepel. Huur je, overleg dan eerst met je verhuurder.
Verf doet niets met de warmte die de radiator afgeeft, en dat is het grote voordeel. Wat je verandert is alleen hoe hij eruitziet.
Ombouwen, mooi maar met een prijs in warmte
Een ombouw verbergt de radiator helemaal, en dat is het moment om op te letten. Een radiator geeft zijn warmte af doordat koude lucht onderlangs binnenkomt, langs de platen opwarmt en bovenaan de kamer in stroomt. Een dichte kast houdt die stroom tegen. De kamer wordt minder warm terwijl de ketel net zo hard werkt. Milieu Centraal geeft in zijn tips over zuinig stoken zelfs het advies om te overwegen een bestaande omkasting weg te halen.
Wil je toch een ombouw, maak hem dan zo open als het kan. Een voorkant van geperforeerd metaal, rotan of latten met ruimte ertussen, een open of ruim verhoogde bovenkant en vrije ruimte onderaan. Maak hem uitneembaar, zoals Dangel deed, zodat je kunt stofzuigen en bij de kraan kunt. Een ombouw die je nooit weghaalt is na een paar jaar een stofnest dat de warmte nog verder tegenhoudt.
Ons eerlijke oordeel is dat een ombouw vooral zin heeft als de radiator echt niet om aan te zien is en je hem niet wilt vervangen, of als je er een functie bij wilt, zoals een smalle plank of zitbank. Alleen om een radiator weg te stoppen die met een likje verf ook prima was geweest, is het zonde van de warmte.
Vervangen, als het om meer gaat dan uiterlijk
Vervangen is het meeste werk en vraagt meestal een installateur. Het is de goede keuze als de radiator roest of lekt, als hij de kamer niet warm krijgt of als je toch naar een warmtepomp gaat en een radiator nodig hebt die bij een lagere watertemperatuur genoeg warmte geeft.
Bijkomend voordeel is dat er inmiddels veel keus is in vormen. Er zijn platte radiatoren met een gladde voorkant die nauwelijks opvallen, verticale modellen voor een smalle wand naast een deur en ledenradiatoren in nieuwe kleuren die juist gezien willen worden. Je kiest dan een radiator die bij het interieur past in plaats van er een te verstoppen.
Welke past bij jou
Werkt de radiator goed en stoort alleen de kleur, dan verf je hem. Werkt hij goed maar is de vorm echt lelijk, dan kan een open, uitneembare ombouw, zolang je accepteert dat de kamer iets minder warm wordt. Werkt hij slecht of ga je over op een warmtepomp, dan vervang je hem, en stop je de moeite niet eerst in een ombouw.
Wat in elk van de drie gevallen helpt, is een radiator die vrij staat. Zet er geen bank tegenaan en laat lange gordijnen er niet overheen vallen. In ons stuk over wintergordijnen lees je hoe je de kou buiten houdt zonder de warmte van de radiator achter de stof op te sluiten.
