Winterdekbed kiezen: warmteklasse, vulling en wat past bij hoe jij slaapt

Opgemaakt bed met een dik wit dekbed en een wollen plaid in een lichte slaapkamer

Zodra de nachten onder de tien graden zakken, merk je meteen of je dekbed het nog trekt. Een winterdekbed lijkt een simpele aankoop, tot je in de winkel staat tussen warmteklassen, donspercentages, vier-seizoenendekbedden en synthetische vullingen met namen die op elkaar lijken. De goede keuze hangt minder af van de winter buiten dan van hoe jij slaapt, en daar beginnen we.

Eerst de vraag hoe jij slaapt

Mensen verschillen enorm in hoe warm ze het onder de wol hebben. De een ligt binnen tien minuten te zweten onder een dun dekbed, de ander houdt koude voeten onder twee lagen. Een paar vragen helpen je om te bepalen in welke richting je moet zoeken.

  • Word je ’s nachts wakker omdat je het te warm hebt, of juist omdat je het koud hebt?
  • Hoe warm is je slaapkamer in de winter? Een slaapkamer die rond de vijftien graden blijft, vraagt een ander dekbed dan een zolderkamer die tot onder de tien graden afkoelt.
  • Slaap je alleen of met z’n tweeën onder één dekbed? Twee mensen geven samen meer warmte af.
  • Heb je last van een allergie voor huisstofmijt?
  • Hoe vaak wil je het dekbed zelf wassen?

Met die antwoorden in je hoofd zijn de keuzes in de winkel opeens een stuk overzichtelijker.

Warmteklassen, wat de cijfers betekenen

De meeste dekbedden in Nederland krijgen een warmteklasse mee, meestal van 1 tot en met 5. Hoe hoger het getal, hoe warmer het dekbed. Klasse 1 is een dun zomerdekbed, klasse 5 is bedoeld voor wie het altijd koud heeft of in een onverwarmde slaapkamer ligt. Voor de winter kiezen de meeste mensen klasse 3 of 4.

Let wel op dat merken die schaal niet allemaal op dezelfde manier invullen. Klasse 4 bij het ene merk kan net wat lichter aanvoelen dan klasse 4 bij het andere. Sommige winkels gebruiken in plaats van cijfers aanduidingen als licht, warm en extra warm. Zie de klasse dus als een richting en voel in de winkel zelf hoe zwaar en dik het dekbed is.

Ons advies is om eerder een klasse lager te kiezen dan hoger. Een dekbed dat te warm is, laat je slecht slapen, en daar valt weinig aan te doen. Een dekbed dat net iets te koel is, los je op met een plaid aan het voeteneind of een warmere pyjama.

Vier-seizoenendekbed of een los winterdekbed

Een vier-seizoenendekbed bestaat uit twee losse delen die je met drukknopen of linten aan elkaar maakt. Meestal een dun zomerdeel en een iets dikker deel voor lente en herfst. Samen vormen ze het winterdekbed. Je hebt dus één aankoop voor het hele jaar, en je wast de delen los van elkaar, wat in een gewone wasmachine een stuk makkelijker gaat.

Het nadeel is dat de twee lagen samen soms minder mooi vallen dan één dik dekbed, en dat de warmte niet altijd precies aansluit bij wat je in de winter wilt. Wie het snel koud heeft, vindt een vier-seizoenendekbed in de winter vaak net te licht. Voor wie het snel warm heeft of in een goed geïsoleerd huis woont, is het juist een prima keuze.

De vulling bepaalt het gevoel

Na de warmte is de vulling de grootste keuze. Die bepaalt hoe het dekbed aanvoelt, hoe het met vocht omgaat en hoe je het onderhoudt.

Dons en veren zijn licht, warm en vormen zich mooi om je lichaam. Hoe hoger het percentage dons ten opzichte van veren, hoe lichter en luchtiger het dekbed. Dons voert vocht goed af, dus je ligt minder snel klam. Het wassen is wel een klus. Een donzen dekbed past vaak niet in een gewone wasmachine en moet daarna lang en goed drogen. Let bij aankoop op een keurmerk voor diervriendelijk dons.

Synthetische vulling, meestal holle polyestervezels, is zwaarder dan dons maar makkelijk in onderhoud. De meeste kunnen op 60 graden in de machine, wat ze geschikt maakt voor wie allergisch is voor huisstofmijt. Een synthetisch dekbed voert vocht minder goed af, dus wie snel zweet, ligt eronder soms warmer dan nodig.

Wol is minder bekend, maar een prettige middenweg. Wol regelt de temperatuur goed, voelt in de winter warm en voert vocht uitstekend af. Het is wel zwaarder dan dons en vraagt een wolprogramma of handwas. Mensen die snel warm worden maar toch een vol, zwaar dekbed willen, zijn er vaak heel tevreden over.

Vezels als lyocell of zijde kom je vooral tegen in lichtere dekbedden. Ze voelen koel en glad aan en zijn een goede keuze voor wie het snel te warm heeft, maar voor een echt koude slaapkamer zijn ze meestal te licht.

Zo kies je, kort samengevat

Heb je het snel koud en is je slaapkamer fris, kies dan een los winterdekbed in klasse 4 of 5 met dons of wol. Heb je het snel warm of slaap je met z’n tweeën in een warme kamer, dan is klasse 3 of een vier-seizoenendekbed vaak genoeg. Heb je last van allergie, zoek dan een synthetisch dekbed dat op 60 graden gewassen mag worden.

En vergeet het formaat niet. Een dekbed dat aan beide kanten een stuk over de rand hangt, houdt de warmte veel beter vast dan een dekbed dat precies op het matras past. Slaap je met z’n tweeën, dan is een lits-jumeaux van 240 centimeter breed vaak prettiger dan 200 centimeter, omdat je elkaar dan minder vaak bloot trekt.

Een dekbed koop je bij een beddenspeciaalzaak, bij grote woonwarenhuizen of online. In een speciaalzaak kun je verschillende vullingen naast elkaar voelen, en dat is bij een dekbed geen overbodige luxe. Het is iets waar je elke nacht onder ligt. Wie toch bezig is met het bed, kan meteen kijken of het matras nog past bij hoe je slaapt. Daarover schreven we eerder in ons stuk over pocketvering of koudschuim.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

WonenWonen