Wandlamp zonder bedrading: oplaadbare lampen die er echt mooi uitzien
Een wandlamp geeft een kamer iets wat een plafondlamp nooit lukt: licht op ooghoogte, zacht tegen de muur, precies waar je zit of leest. Het probleem is dat er in de meeste huizen geen aansluitpunt zit waar je hem wilt hebben. Een elektricien laten frezen en een leiding wegwerken is in een koophuis al een klus, en in een huurhuis vaak geen optie. Daarom zijn er steeds meer wandlampen zonder draad, op een accu die je oplaadt.
Apartment Therapy zette er deze week veertien op een rij die er niet uitzien als noodoplossing. Er zitten modellen tussen met een rotan kap, een geplooide zwarte kap, een glazen tulp en een houten plankje met een kooilamp. Het zijn vooral Amerikaanse producten, en je koopt ze hier niet allemaal. Maar de lijst laat goed zien waar de verschillen zitten, en dat zijn precies de punten waar je in een Nederlandse winkel of webshop ook op let.
Hoe lang de accu het echt volhoudt
De brandduur op de verpakking is bijna altijd de brandduur op de laagste stand. Bij een van de lampen uit de lijst van Apartment Therapy staat het er eerlijk bij: tot 20 uur op het zuinigste niveau. Zet je hem op vol licht, dan is dat een fractie daarvan. Reken er dus op dat een accuwandlamp die je elke avond een paar uur gebruikt, ongeveer eens per week of vaker aan de lader moet.
Dat maakt de manier van opladen belangrijker dan je zou denken. Er zijn grofweg drie systemen.
- De hele lamp van de muur halen. Je tilt hem van een haakje of een plaatje en legt hem aan de usb-kabel. Simpel, maar bij een lamp die op een plakstrip zit trek je hem er telkens af, en die strip wordt daar niet beter van.
- Een losse lichtbron. Bij een paar modellen zit de led met een magneet vast, zoals bij de peel-and-stick-lampen in de lijst. Je haalt alleen het lampje eruit om te laden en de armatuur blijft hangen. Dat is het prettigst voor dagelijks gebruik.
- Een kabel aan de lamp. Je kunt hem laden terwijl hij hangt, maar dan loopt er tijdelijk een snoer langs je muur. Handig voor een lamp die je zelden gebruikt, onhandig voor je leeslamp.
Mijn advies is om eerst te bedenken hoe vaak de lamp brandt. Een sfeerlampje in de gang dat je alleen ’s avonds even aanzet, mag gerust van de muur af voor het laden. De lamp naast je bank waaronder je elke avond leest, wil je met een losse lichtbron of een flinke accu.
Lichtkleur en lichtsterkte
Bij een wandlamp zie je de lichtbron vaak half, dus de kleur van het licht valt meer op dan bij een plafondlamp. Kies voor warm wit, rond de 2700 kelvin, als je een gezellige kamer wilt. Veel accuwandlampen laten je kiezen uit drie standen, van warm naar koel wit, en sommige gaan zelfs over in kleur. Dat klinkt als luxe, maar in de praktijk gebruik je vrijwel altijd dezelfde stand. Belangrijker is dat de lamp dimbaar is, want vol licht op ooghoogte is fel.
Over de lichtsterkte moet je realistisch zijn. Een lamp op een kleine accu geeft minder licht dan een vaste wandlamp op het lichtnet, en zeker minder dan een vloerlamp. Zie hem dus als sfeerlicht of als leeslampje voor één persoon, niet als hoofdverlichting. Hoeveel lichtpunten een woonkamer nodig heeft en hoe je ze in lagen opbouwt, lees je in ons verlichtingsplan voor de woonkamer. Een accuwandlamp is daarin een prima extra laag.
Ophangen in een huurhuis
Apartment Therapy verkoopt deze lampen vooral als oplossing voor huurders die geen gaten mogen maken. In Nederland ligt dat anders. Volgens de Rijksoverheid mag je kleine aanpassingen doen die je zonder veel kosten weer kunt terugdraaien, en gaatjes in de muur boren is daar uitdrukkelijk een voorbeeld van. Bij het verlaten van de woning vul je ze weer. Wel geldt dat een verhuurder zelf regels kan hebben voor zelf aangebrachte veranderingen, dus kijk even in je huurcontract of bij je woningcorporatie.
Dat betekent dat je in een Nederlands huurhuis vaak gewoon kunt schroeven, en dat is meestal de betere keuze. Een plakstrip houdt het lang niet altijd op een muur met latex, behang of een ruwe structuur, en als hij loslaat neemt hij vaak een stukje verf mee. Bij zwaardere lampen met een metalen arm of glazen kap zou ik altijd een schroef en plug nemen. Een van de lampen in de lijst wordt geleverd met beide, plakband en een schroef, en dat vind ik precies de juiste keuze van de fabrikant.
Een paar dingen die je vooraf even checkt.
- Is je muur van gipsplaat, steen of beton? Daar hangt de plug van af, en bij gipsplaat neem je een hollewandplug.
- Hangt er iets achter? Boor niet zomaar boven een stopcontact of schakelaar, daar lopen vaak leidingen recht omhoog.
- Wil je twee lampen naast elkaar, bijvoorbeeld naast een bed of aan weerszijden van een spiegel, meet dan beide punten vanaf de vloer en niet vanaf het meubel. Dan hangen ze gelijk, ook als je bed of kast niet helemaal waterpas staat.
Voor de hoogte is de vuistregel dat je niet recht in de lichtbron kijkt als je zit. Naast de bank of het bed betekent dat de onderkant van de kap ongeveer op ooghoogte in zittende houding, of net daarboven.
Waar een lamp zonder draad het meeste oplevert
De plekken waar zo’n lamp het verschil maakt zijn de plekken waar nooit een aansluitpunt zit. Naast het bed, als je geen ruimte hebt voor een nachtkastje met lamp. In de gang of op de trap, waar een lamp met bewegingssensor ’s nachts veel prettiger is dan het grote licht. Boven een schilderij, als fotolamp, iets wat Apartment Therapy terecht noemt omdat zo’n lamp normaal altijd een kabel nodig heeft. En in een hoek van de woonkamer waar een vloerlamp in de weg staat.
Bij de keuze van het model zou ik me laten leiden door de rest van de kamer. Een rotan of linnen kap past bij een warm, natuurlijk interieur, een glazen kap of een strakke metalen arm bij iets moderners. Wie nog een kleiner, losstaand snoerloos lampje zoekt voor op een plank of tafel, vindt ideeën in ons stuk over het snoerloze sfeerlampje van HEMA. Het idee is hetzelfde: licht op de plek waar je het nodig hebt, zonder dat je eerst de elektricien moet bellen.
