Behang kiezen dat bij je huis past: wat een streepdessin naar Vermeer je leert
Hoe wordt een schilderij van bijna vierhonderd jaar oud een behang? Isabelle Aberson, directeur en eigenaar van het Nederlandse behangmerk Eijffinger, vertelt het in een NPO-documentaire over Meisje met de parel van Johannes Vermeer. Volgens Wonen360 gaat de documentaire over de vraag hoe het schilderij een wereldwijd fenomeen werd, en komt daarin ook de verbinding met interieur aan bod. Aberson vertelt over een streepdessin uit de collectie Magnifique, waarvoor de kleuren, nuances en details van het schilderij het uitgangspunt waren.
Dat is geen behang met een meisje erop. Het is een streep in de kleuren van het doek. En precies daar zit een les in voor iedereen die behang zoekt voor zijn eigen huis.
Wat de aanpak achter dat dessin laat zien
Wie Meisje met de parel voor zich ziet, ziet blauw, okergeel, een donkere achtergrond en een warme huidtint. Een ontwerper die daar een behang van maakt, neemt niet het beeld over maar de sfeer, en vertaalt die naar iets wat op een muur kan werken. De herkenning zit in de kleur, niet in het plaatje.
Dat is ook een goede manier om zelf behang te kiezen. In plaats van te beginnen in een staalboek met honderden dessins, begin je bij iets wat je al mooi vindt. Een schilderij, een kleed, een foto van een plek. Haal daar twee of drie kleuren uit, en zoek dan een behang dat die kleuren draagt. Je krijgt dan iets wat bij je past, in plaats van iets wat in de winkel mooi was.
Begin bij het huis
Behang moet in de eerste plaats bij het huis passen, en dan pas bij jou. Een paar vragen helpen.
Hoe oud is het huis? In een jarendertigwoning of een herenhuis passen klassieke dessins, zoals strepen, bloemmotieven en damast, omdat ze uit dezelfde tijd lijken te komen als de architectuur. In nieuwbouw werken grafische of juist heel rustige dessins vaak beter. Een historisch dessin in een strak nieuwbouwhuis kan prachtig zijn, maar dan als bewust contrast op één wand.
Hoe hoog is het plafond? Een verticale streep, zoals die van Eijffinger, trekt het oog omhoog en laat een kamer hoger lijken. In een lage kamer is dat een slimme keuze. Brede horizontale banen doen het omgekeerde.
Hoeveel licht valt er binnen? Een donker behang met een rijk patroon wordt in een kamer op het noorden zwaar. Daar werkt een lichte achtergrond met een fijn patroon beter. Een zonnige kamer kan meer kleur en contrast hebben.
Patroon en schaal per ruimte
De grootste fout bij behang is de schaal van het patroon. Een groot motief in een klein kamertje wordt onrustig, omdat je nooit het hele patroon ziet. Een heel klein motief op een grote wand oogt van een afstand als een effen vlak met ruis.
Een paar richtlijnen. In een wc of kleine hal mag het patroon juist uitgesproken zijn, omdat je er kort bent en een kleine ruimte er spannend van wordt. In een slaapkamer werkt een rustig patroon op de wand achter het bed het best. In een woonkamer kies je voor één wand of voor een rustig dessin rondom. Een streep is daarbij een van de veiligste keuzes, omdat hij in bijna elk interieur past en niet snel gaat vervelen.
Behang hoeft ook niet alleen op de muur. In een boekenkast, aan de binnenkant van een vitrinekast of op het plafond kan een rol behang meer effect hebben dan op een hele wand. Daar zagen we mooie voorbeelden van bij de boekenkast als pronkstuk.
Welk soort behang
Naast het dessin kies je het materiaal, en dat bepaalt hoe makkelijk het opgaat en waar het kan hangen.
Vliesbehang is voor de meeste mensen de beste keuze. Je smeert de lijm op de muur in plaats van op het behang, het rekt niet uit als het nat wordt, en je trekt het er later in banen weer af. Ook als je nog nooit behangen hebt, is het goed te doen.
Papierbehang is het traditionele behang. Het heeft vaak een mooie, matte uitstraling, maar je lijmt het behang zelf in en laat het even inweken, en dat vraagt meer ervaring.
Vinylbehang heeft een kunststof toplaag en kan tegen vocht en afnemen. Dat maakt het geschikt voor een keuken of een badkamer buiten de natte zone.
Wil je liever geen patroon maar wel textuur, dan kan kalkverf of stuc een alternatief zijn, zoals we beschreven in ons stuk over textuur op de muur.
Voordat je koopt
Vraag altijd een staal of een proefstrook aan en hang die een paar dagen op de muur waar het behang moet komen. Bekijk hem overdag en ’s avonds. Kleuren in een staalboek onder winkellicht zien er thuis vaak anders uit.
Koop bij een behang met een patroon een rol extra. Bij een patroon moet je de banen zo leggen dat het motief doorloopt, en daardoor heb je meer afval dan bij effen behang. Hoeveel dat is, hangt af van het patroonrapport, dat op het etiket staat. Let er ook op dat alle rollen hetzelfde productienummer hebben, anders kan de kleur net verschillen.
Behang vind je bij behangspeciaalzaken, interieurwinkels en de bouwmarkt. In een speciaalzaak kun je door de staalboeken van verschillende merken bladeren en krijg je advies over hoeveel rollen je nodig hebt. Huur je, kijk dan eerst wat je mag zonder toestemming, dat lees je bij je huurwoning verbouwen.
Wat ons betreft is de mooiste les uit het verhaal van Aberson dat goed behang iets vertelt zonder te schreeuwen. Je hoeft niet te weten dat een streep uit een schilderij komt om te voelen dat de kleuren kloppen. Zoek dat gevoel voor je eigen muur, en begin bij iets wat je al mooi vindt.
