Kunstkerstboom kopen: waar je op let bij hoogte, naalden en verlichting
Vanaf begin november liggen de kunstkerstbomen weer in de tuincentra, bouwmarkten en woonwinkels, en dan sta je voor een rij dozen met foto’s die allemaal op elkaar lijken. Toch zit er een groot verschil tussen een boom die na drie kerstdagen naar de stoep gaat en een exemplaar waar je tien jaar plezier van hebt. Dat verschil zie je pas als je weet waar je moet kijken. De drie dingen die het meest bepalen zijn de hoogte, het materiaal van de naalden en de verlichting.
De hoogte begint bij je plafond
De meeste mensen kiezen een boom op het oog in de winkel, waar de plafonds vijf meter hoog zijn. Thuis blijkt hij dan net te groot. Meet daarom eerst je plafondhoogte. In veel oudere rijtjeshuizen is dat rond de 2,40 tot 2,50 meter, in nieuwbouw vaak 2,60 meter of iets meer.
Trek daar de piek of ster van af, die vaak 20 tot 30 centimeter hoog is, en houd nog wat lucht over zodat de top niet tegen het plafond drukt. Reken ook de voet mee, want bij sommige bomen staat de onderste tak al een stuk boven de grond. Daaruit volgen een paar vuistregels.
- Bij een plafond van 2,40 meter past een boom van 1,80 tot 2,00 meter.
- Bij 2,60 meter past een boom van 2,10 meter, met een platte piek eventueel 2,20.
- Bij hogere plafonds, zoals in een jarendertigwoning of een woonkamer met vide, kan 2,30 meter of meer.
Kijk ook naar de breedte. Twee bomen van 1,80 meter kunnen een doorsnede hebben van 90 of van 130 centimeter, en dat laatste neemt in een kleine woonkamer een flinke hap uit je loopruimte. Smalle modellen, ook wel slim of pencil genoemd, zijn er voor hoeken en smalle kamers. Meet dus ook de plek waar hij komt te staan, met de bank en de deur erbij.
PVC of PE, het verschil zit in de naalden
Op de doos zie je vaak de afkortingen PVC en PE staan. Dat gaat over het materiaal van de naalden, en het is het grootste verschil tussen een boom die nep oogt en een boom waar bezoek even aan wil voelen.
PVC-naalden worden uit vlakke vellen kunststof geknipt en om een draadje gedraaid. Ze zijn zacht, vullen goed en geven de klassieke kunstboomlook. Van dichtbij zie je dat het platte strookjes zijn. PE-naalden worden gegoten in een mal die is gemaakt naar echte takken. Ze zijn driedimensionaal, steviger en lijken van een afstandje sprekend op een echte spar of den. Dat maakt ze ook duurder om te maken.
De meeste bomen in het middensegment combineren de twee. De buitenste takpunten zijn dan van PE, zodat de boom er echt uitziet, en binnenin zit PVC om hem vol te maken. Een Engelse verlichtingswinkel legt dat verschil helder uit. Let bij zo’n mix op het percentage PE, dat staat er bij goede bomen vaak bij. Hoe hoger, hoe natuurlijker.
Het aantal takpunten zegt iets over hoe vol de boom is. Een boom van 1,80 meter met 1.500 takpunten oogt veel dichter dan eentje met 600. Vergelijk dat altijd bij dezelfde hoogte en breedte. Haal daarnaast bij aankoop een boom met scharnierende takken in plaats van takken die je een voor een in de stam hangt. Dat scheelt elk jaar een halfuur opzetten.
Met of zonder verlichting
Steeds meer kunstbomen hebben de lampjes er al in zitten. Dat is handig, want je hoeft niet met een kluwen snoer te worstelen en de lampjes zitten mooi verdeeld tot diep in de boom. Het nadeel is dat je vastzit aan die verlichting. Gaat er na een paar jaar een deel van de lampjes kapot, dan is dat lastig te repareren, en de rest van de boom is dan nog prima.
Kies je een boom zonder lampjes, dan heb je meer vrijheid. Als richtlijn noemt verlichtingswinkel 123led voor een boom van 150 tot 180 centimeter zo’n 180 lampjes voor een goed verlichte boom, 240 voor een sfeervolle en 320 voor een echt sprankelende. Bij een hogere boom gaat dat aantal mee omhoog. Kies warm wit led als je een rustige, klassieke uitstraling wilt. Koud wit geeft in een woonkamer al snel een kil, blauwig licht.
Of je nu voor ingebouwde of losse lampjes gaat, kijk naar het CE-keurmerk, een transformator met een stekker die niet heet wordt en een timer. Een timer is geen luxe. Je wilt de boom ’s ochtends niet vergeten uit te zetten als je de deur uit gaat.
Hoe lang gaat zo’n boom mee?
Dat is de vraag die er voor het milieu het meest toe doet. Volgens Milieu Centraal, inmiddels Kenniscentrum Duurzaam Leven, is niet goed te berekenen welk type kerstboom de minste impact heeft. Wel is duidelijk dat een kunstboom alleen gunstig uitpakt als je hem lang gebruikt. Milieu Centraal noemde eerder minimaal zes tot tien jaar, en Radar zette de verschillende schattingen op een rij, die oplopen tot boven de vijftien jaar.
Dat betekent in de praktijk dat je beter één degelijke boom kunt kopen dan om de paar jaar een goedkoop exemplaar. Let bij aankoop op een stevige metalen voet, takken die niet uit de stam schieten en een stam die uit meerdere delen bestaat die je los kunt bewaren. Een opbergtas of de originele doos, droog en niet op een warme zolder, houdt de naalden in vorm. Een tweedehands boom van goede kwaliteit is ook een prima keuze, en die vind je vanaf januari volop.
Waar zet je hem neer?
Niet direct naast een radiator of houtkachel. Warmte maakt het plastic op den duur bros, en ook al zijn de meeste bomen behandeld tegen vlam vatten, een boom vlak bij een vuur blijft geen goed idee. Ook niet in de volle zon voor het raam, want uv-licht laat de groene kleur na een paar seizoenen verbleken.
De mooiste plek is vaak een hoek waar je hem vanuit de bank en vanaf de straat ziet, met een stopcontact in de buurt zodat er geen snoer door de kamer loopt. Wil je de rest van de kamer er sfeervol bij laten aansluiten, kijk dan eens naar ons stuk over ingrepen met licht die je huis warmer laten voelen. Een kerstboom is ook gewoon een lamp, maar dan een grote.
Wij zouden zeggen, koop liever een maat kleiner en een kwaliteit beter. Een boom die net past en er echt uitziet, maakt meer indruk dan een reus die tegen het plafond drukt.
