Wonen en slapen in één ruimte: zo deel je een studio slim in
In een studio, een kleine stadswoning of een appartement met één grote ruimte is het bed geen meubel in een andere kamer. Het staat gewoon in je woonkamer. Dat kan juist heel mooi zijn, zo liet vtwonen op 13 oktober zien met drie huizen waar wonen en slapen in elkaar overlopen. De vraag is hoe je zo’n ruimte indeelt, zodat je overdag niet op je onopgemaakte bed kijkt en ’s avonds toch het gevoel hebt dat je naar bed gaat. Het antwoord zit in zones, en die maak je met kasten, gordijnen en licht.
Hoeveel ruimte het bed echt inneemt
Het begint met een eerlijke rekensom. Een tweepersoonsbed met een matras van 140 bij 200 centimeter is met frame al snel zo’n 150 bij 210 centimeter. Dat is ruim drie vierkante meter. Maar een bed heeft ook ruimte eromheen nodig om erin te stappen en het op te maken. Reken aan beide zijkanten en aan het voeteneind ongeveer 60 centimeter, en de slaapzone groeit naar bijna zes vierkante meter.
In een studio van 25 vierkante meter, waar ook een keuken en een badkamer in moeten, is dat een flink deel van je woonruimte. Daarom loont het om bewust te kiezen waar het bed staat en wat je doet met de ruimte eromheen. Zet het bed met een lange kant tegen de muur, en je wint al de helft van die loopruimte terug. Dan kun je er alleen nog aan één kant uit, maar voor één persoon is dat meestal geen bezwaar.
Zones maken zonder de ruimte dicht te zetten
Een muur bouwen is in een kleine ruimte zelden een goed idee. Je verliest daglicht en de ruimte voelt meteen kleiner. Beter is een scheiding die wel afbakent, maar licht doorlaat. De belangrijkste opties naast elkaar.
| Scheiding | Licht | Privacy | Opbergruimte | Geschikt voor |
|---|---|---|---|---|
| Open kast, van twee kanten bruikbaar | Veel | Weinig | Ja | Ruimtes waar je wilt opbergen en toch doorkijken |
| Halfhoge kast of dressoir aan het voeteneind | Veel | Weinig, alleen het bed uit het zicht | Ja | Kleine studio’s |
| Gordijn aan een plafondrail | Instelbaar | Goed als hij dicht is | Nee | Wie het overdag open en ’s nachts dicht wil |
| Glazen wand met stalen profielen | Veel | Weinig, tenzij met matglas | Nee | Een vaste, strakke oplossing |
| Podium met het bed erop | Veel | Weinig | Ja, in het podium | Ruimtes met een hoog plafond |
Ons favoriete middel in een studio is het gordijn. Het kost weinig, je kunt het weer weghalen en het doet precies wat je wilt. Overdag schuif je het open en heb je één grote, lichte ruimte. ’s Avonds trek je het dicht, en dan heb je een slaapkamer. Kies een zware stof tot op de vloer, dan dempt het ook geluid. Hoe je een gordijn op de juiste hoogte en breedte ophangt, lees je in gordijnen ophangen.
Licht dat de zones afbakent
Licht is de meest onderschatte manier om een ruimte in te delen. Geef elke zone zijn eigen licht, en je ziet ’s avonds vanzelf waar het ene stuk ophoudt en het andere begint.
- Bij het bed wandlampen aan weerszijden of een lamp op een nachtkastje, met een eigen schakelaar. Zo kun je in bed lezen terwijl de rest van de ruimte donker is.
- In het zitgedeelte een staande lamp en een tafellamp. Laag, warm licht maakt van een hoek met een bank meteen een woonkamer.
- In de keuken gericht licht op het werkblad, dat je uitzet als je klaar bent met koken.
Het plafondlicht laat je in een studio liefst zoveel mogelijk uit. Eén fel licht voor de hele ruimte maakt alle zones weer één. Meer over warm licht in huis lees je in vijf ingrepen met licht.
Het bed dat overdag meedoet
Een bed in de woonruimte mag ook overdag gezien worden, als het er goed uitziet. Een paar dingen maken daar het verschil.
- Maak het bed elke ochtend op. In een aparte slaapkamer is dat een keuze, in een studio is het de helft van je woonkamer.
- Kies beddengoed in de kleuren van de rest van de ruimte. Een sprei of plaid over het bed maakt het overdag rustiger.
- Leg een paar sierkussens tegen de wand, dan oogt het bed overdag bijna als een bank.
- Kies een bed met een mooi hoofdeinde of laat het helemaal weg en zet het bed tegen een wand met een kleur of behang.
Is de ruimte echt klein, dan zijn er bedden die overdag verdwijnen. Een opklapbed in een kast laat de vloer helemaal vrij, en een hoogslaper geeft de ruimte onder het bed terug voor een bureau of bank. Die oplossingen zijn praktischer dan mooi, maar in een studio van twintig vierkante meter kan dat precies zijn wat je nodig hebt.
Wat de huizen bij vtwonen laten zien, is dat een bed in je woonruimte niet hoeft te voelen als een noodoplossing. Met een paar slimme keuzes wordt het juist het mooiste hoekje van het huis.
