Zes dingen die je nu doet voor de vogels in je tuin

Koolmees op een tak in een herfsttuin

Het meeste wat tuinvogels deze herfst van je nodig hebben, is dat je minder opruimt. Water, zaadhoofden die blijven staan, blad onder de struiken en een takkenhoop helpen meer dan een voederhuisje vol pinda’s. Nu de herfst deze week is begonnen, zijn merels, mezen en roodborsten op zoek naar eten en beschutting, en vliegen er daarnaast miljoenen trekvogels over die onderweg bijtanken. Dit zijn de zes dingen die je nu kunt doen, met wat je ervoor koopt of zelf maakt.

De lijst is gebaseerd op de herfsttips voor tuinvogels die Gardeners’ World op 21 september publiceerde. Voor het bijvoeren houden we het advies van Vogelbescherming Nederland aan.

1. Zet water neer

Vogels drinken niet alleen, ze badderen ook, en dat is nodig om hun veren in goede staat te houden voor een lange trektocht of een koude nacht. Een ondiepe schaal is al genoeg. Een oude terracotta onderschotel of een platte schaal van het tuincentrum op een omgekeerde bloempot werkt prima. Zet er een steen in, zodat kleine vogels kunnen landen, en zet de schaal op een plek met zicht rondom, zodat een kat niet ongezien dichtbij komt. Ververs het water een paar keer per week, en in de winter elke dag als het vriest.

2. Laat uitgebloeide planten staan

Knip in de herfst niet alles af. Planten met zaadhoofden, zoals zonnebloem, zonnehoed, kogeldistel, kaardebol en koninginnekruid, zijn een voorraadkast voor putters en mezen tot diep in de winter. Tussen de oude stengels overwinteren ook insecten, en die worden op hun beurt weer gegeten. Wij vinden een border met bruine, berijpte zaadhoofden in december eerlijk gezegd mooier dan een kale, maar dat is een kwestie van smaak. Snoeien kan in het voorjaar ook nog.

3. Laat blad liggen onder struiken

Gevallen blad onder de struiken en tussen de vaste planten is een schuilplaats voor wormen, kevers en pissebedden, en daarmee een voedselbron voor merels en roodborsten die er in de winter doorheen woelen. Het blad beschermt en voedt tegelijk de grond. Van het gazon en het terras mag je het gewoon wegharken, en schuif het dan onder de heg in plaats van in de groene bak. Een uitzondering is blad van zieke bomen of rozen met sterroetdauw, dat kun je beter weggooien.

4. Maak een schuilplaats van snoeiafval

Een takkenhoop of een takkenril langs de schutting kost niets en biedt vogels beschutting bij slecht weer en tegen katten en sperwers. Leg dikke takken onderop en het fijnere snoeimateriaal erbovenop, en laat de hoop gewoon liggen. Het is ook de plek waar een winterkoning zijn nest bouwt en waar een egel kan overwinteren.

5. Plant een inheemse haag

De herfst is de beste tijd om struiken en bomen te planten, en een haag van inheemse struiken is voor vogels het meeste waard. Denk aan meidoorn, kardinaalsmuts, wegedoorn, egelantier en rode kornoelje. Die geven bloesem en bessen, en in de dichte takken kunnen vogels nestelen. Wie op de kosten wil letten, koopt ze met kale wortel. Die zijn in de herfst en winter bij kwekerijen en tuincentra te krijgen en zijn flink goedkoper dan planten in een pot.

6. Hang nestkasten op en maak de oude schoon

Een nestkast die je nu ophangt, wordt deze winter gebruikt als slaapplek, en in het vroege voorjaar komen de eerste mezen al kijken of hij geschikt is om te broeden. Hang hem op zo’n twee meter hoogte, uit de volle middagzon, met de opening naar het oosten of noordoosten. Oude nestkasten maak je nu schoon. Haal het oude nestmateriaal eruit en borstel de kast uit met heet water, zonder schoonmaakmiddel, zodat parasieten en ziektes geen kans krijgen bij de volgende bewoners. Welke kast bij welke vogel past, lees je in ons stuk over vogelhuisjes voor in de tuin.

En wanneer begin je met bijvoeren?

Vogelbescherming Nederland is er duidelijk over dat bijvoeren in een vogelvriendelijke tuin eigenlijk niet nodig is. De tips hierboven doen meer. Wil je toch voeren, dan passen zaden en vet bij de herfst en winter, dus vanaf nu is het een goed moment om te beginnen. Geef niet te veel tegelijk en maak de voederplek en de waterschaal regelmatig schoon, anders verspreid je juist ziektes.

Vetbollen kun je kopen, maar ook zelf maken. Smelt ongezouten plantaardig vet of kokosvet, roer er een mengsel van zaden, havervlokken en ongezouten gehakte noten door, en giet het in een oude bloempot of een half kokosnootje met een touwtje erin. Hang ze op zonder het groene netje dat om gekochte vetbollen zit, want daar raken vogels met hun pootjes in verstrikt. Brood, gezouten pinda’s en etensresten horen niet op het voederplankje.

Wat je nodig hebt

  • Een ondiepe schaal of onderschotel en een platte steen, voor water
  • Een nestkast met de juiste opening, van het tuincentrum of de webwinkel van Vogelbescherming
  • Een stevige borstel voor het schoonmaken van oude nestkasten
  • Struiken met kale wortel voor een haag, bij een kwekerij of tuincentrum
  • Zaden, vetbollen zonder netje, of vet en zaden om ze zelf te maken

Het mooie van dit lijstje is dat de helft ervan bestaat uit dingen die je niet doet. Een tuin die er in de herfst een beetje rommelig bij ligt, is voor vogels precies de goede tuin.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

WonenWonen