Stinkwantsen in huis in de herfst: waarom ze binnenkomen en hoe je ze weert
Zit er ineens een bruin, schildvormig beestje op je raam of tegen het plafond? Grote kans dat het een schildwants is, in de volksmond een stinkwants. Ze duiken vooral op als de temperatuur daalt. Dat is geen toeval. Ze zoeken een plek om de winter door te komen, en een huis is warm, droog en vol kieren.
Het goede nieuws is dat ze geen schade aan je huis doen en niet steken of bijten. Het minder goede nieuws is de naam. Wie er een plet, ruikt meteen waarom ze zo heten.
Welke wantsen je in Nederland ziet
In Nederland kom je in huis vooral twee soorten tegen. De grauwe schildwants is een inheemse soort die al heel lang de winter in huizen doorbrengt. Daarnaast is er de bruingemarmerde schildwants, een soort uit Oost-Azië die via internationaal transport over Europa en Noord-Amerika is verspreid. Volgens Wageningen University & Research werd hij in 2018 voor het eerst in Limburg gezien. De universiteit vroeg in 2020 het publiek om vondsten te melden, schreef nieuws.nl, omdat de soort grote schade aan fruitteelt kan doen. In Noord-Italië ging het om honderden miljoenen euro’s.
Voor jou in huis maakt de soort weinig uit. Beide zijn onschadelijk voor mensen en huisdieren. Wel kan de bruingemarmerde in je moestuin of aan je fruitbomen aan de vruchten zuigen.
Waarom ze juist nu binnenkomen
Schildwantsen kunnen de winterkou buiten niet goed overleven. Als het afkoelt, gaan ze op zoek naar een beschutte plek. Het Amerikaanse House Beautiful sprak er een entomoloog over, en die is duidelijk. De grootste fout is wachten tot ze binnen zijn, want dan ben je te laat. Ze worden aangetrokken door warmte, licht, vocht en eten, en ze kruipen door heel kleine openingen.
In het voorjaar gaan ze weer naar buiten om eitjes te leggen. Daarom zie je ze op een zonnige dag in maart of april soms ineens tegen het raam, omdat ze de weg naar buiten zoeken.
Zo houd je ze buiten
- Dicht kieren rond kozijnen, deuren en leidingen. Een kitspuit met transparante siliconenkit doet veel. Let vooral op de plekken waar kabels of leidingen door de gevel gaan.
- Controleer horren. Een klein gaatje in de hor of een hor die niet goed aansluit is genoeg. Repareer het nu, niet in mei.
- Kijk naar ventilatieroosters en de zolder. Dakkapellen, de aansluiting van het dak op de muur en open stootvoegen zijn favoriete ingangen. Dicht ventilatieopeningen niet af, maar zet er gaas voor.
- Doe buitenlampen ’s avonds uit of zet ze op een bewegingsmelder. Licht trekt ze aan, en zo bespaar je meteen stroom.
- Houd het binnen droog. Een lekkende kraan of een vochtige kelder of bijkeuken maakt je huis aantrekkelijker.
- Bewaar voedsel in afgesloten potten of bakken, zeker op een voorraadplank of in de bijkeuken.
Je spullen voor dit werk haal je gewoon bij de bouwmarkt. Siliconenkit, een kitpistool, horrengaas of een reparatieset voor horren, en eventueel gaas voor ventilatieroosters. Kieren dichten helpt trouwens ook tegen tocht en tegen muizen, waarover je meer leest in ons stuk over muizenoverlast.
Zitten ze al binnen?
Plet ze niet. Vang ze met een glas en een stuk karton en zet ze buiten, of zuig ze op met de stofzuiger. Doe dat laatste alleen als je de zak of het reservoir daarna meteen leegt, anders komt de geur alsnog door je huis. De WUR raadt aan ze niet met blote handen aan te pakken, omdat de vloeistof die ze afgeven lang aan je vingers blijft hangen.
De Amerikaanse expert raadt bij veel wantsen een bestrijder aan die de buitenkant van het huis behandelt. Voor de meeste Nederlandse huishoudens is dat overdreven. Een paar wantsen per week is hinderlijk, maar geen plaag. Wij zouden eerst de kieren aanpakken en de lampen uitdoen. Pas als je echt tientallen wantsen per dag vindt, is een professional de moeite waard.
