Gevel van geblakerd hout: zo werkt de Japanse techniek en wat het vraagt
Een zwarte houten gevel met een structuur als krokodillenhuid. Je ziet hem steeds vaker, bij nieuwe woningen, tuinhuizen en bijgebouwen. Het designtijdschrift Dezeen zette op 27 september acht gebouwen met geblakerd hout op een rij, van een boerderij in Oxfordshire tot een hut aan een rivier in Tsjechië. De techniek erachter komt uit Japan en heet yakisugi, in het Westen vaak shou sugi ban genoemd. Maar wat is het precies, wat levert het op en is het iets voor je eigen gevel of schuur?
Hoe de Japanse techniek werkt
Bij yakisugi verbrand je alleen de buitenkant van een plank, zonder dat het hout zelf doorbrandt. Er ontstaat een laag houtskool aan de oppervlakte, terwijl de kern gewoon hout blijft. Traditioneel gebeurt dat met Japanse ceder, sugi in het Japans, maar volgens Wikipedia wordt het tegenwoordig ook met andere houtsoorten gedaan. In de voorbeelden van Dezeen zie je onder meer ceder bij een blokhut in East Sussex en lariks bij de hut in Tsjechië.
Na het branden kun je kiezen hoe ver je gaat. Laat je de houtskoollaag zitten, dan krijg je die diepe, gebarsten zwarte structuur. Borstel je de losse houtskool eraf, dan komt de nerf van het hout meer naar voren en wordt het oppervlak gladder. Veel gevels worden daarna nog met olie afgewerkt.
Wat het wel en niet oplevert
Voorstanders zeggen dat de verkoolde laag het hout beter bestand maakt tegen water, schimmels, insecten en zelfs vuur. Dat zijn de verhalen die je bij leveranciers ook tegenkomt. Wikipedia maakt er wel een belangrijke kanttekening bij. Er zijn studies die laten zien dat alleen het verkolen van het oppervlak de duurzaamheid en de bestendigheid tegen vuur en water niet verbetert.
Dat vind ik een eerlijk punt, en het past bij hoe ik er zelf naar kijk. Kies je voor geblakerd hout, doe het dan vooral om hoe het eruitziet. Het blijft hout, met alles wat daarbij hoort. Wil je hout dat van zichzelf lang meegaat, kies dan een duurzame soort of een behandelde variant, zoals thermisch gemodificeerd hout, en gebruik het branden als afwerking.
Een praktisch nadeel dat je vooraf moet kennen, is dat een ongeborstelde houtskoollaag kan afgeven. Loop je er met een lichte jas langs, dan zie je dat. Voor een gevel op ooghoogte naast je voordeur is een geborstelde en geoliede afwerking daarom vaak verstandiger dan de ruwste variant.
Zelf branden of kant-en-klaar kopen
Je kunt geblakerde gevelplanken kant-en-klaar kopen bij de houthandel. Dat is voor een hele gevel de makkelijkste en meest gelijkmatige route. Voor een kleiner project, zoals een schuur, een schutting of een plantenbak, kun je het ook zelf doen. Houd er wel rekening mee dat je met open vuur werkt. Doe het nooit tegen een bestaand gebouw aan, maar brand de planken los, buiten en op ruime afstand van alles wat vlam kan vatten.
Dit heb je nodig als je het zelf doet.
- onbehandelde planken van een geschikte houtsoort, zoals lariks, douglas of ceder, bij de houthandel of een bouwmarkt als Gamma, Karwei of Hornbach
- een gasbrander met een grote brandermond en een gasfles, te koop bij dezelfde bouwmarkten
- schragen of een metalen ondergrond om op te werken
- een emmer water of een tuinslang binnen handbereik
- hittebestendige handschoenen, een veiligheidsbril en een stofmasker
- een staalborstel of een stevige borstel met harde haren
- buitenolie om het hout na afloop te beschermen
Werk plank voor plank. Beweeg de brander rustig over het hout tot het oppervlak zwart is en licht begint te barsten. Laat de plank afkoelen, borstel naar smaak en oliën als het hout helemaal koud en droog is. Test het eerst op een restje, zo zie je hoe jouw hout reageert. Meer over het afwerken van hout buiten lees je in ons stuk over hout buiten beschermen.
Waar je rekening mee houdt bij een gevel
Een nieuwe gevel of een ander uiterlijk van je huis kan onder de regels van je gemeente vallen. Vooral aan de voorkant, of als je in een beschermd dorps- of stadsgezicht woont, is het slim om vooraf te checken of je een omgevingsvergunning nodig hebt. Dat kun je nagaan via het Omgevingsloket. Een schuur of tuinhuis achter in de tuin is meestal eenvoudiger, maar ook daar geldt dat je het even natrekt.
Denk ook aan de uitstraling in je straat. Een zwarte gevel valt op, zeker tussen rode baksteen. In de voorbeelden van Dezeen werkt het het best als het hout de hoofdrol krijgt, met weinig kleur eromheen. De boerderij in Oxfordshire combineert het met baksteen en golfplaat, de woningen in het Duitse Starnberg zetten het tegenover beton. Een houten schuur achter in de tuin is misschien wel de mooiste plek om ermee te beginnen. Klein genoeg om te proberen, en groot genoeg om het effect te zien.
