Wat je van de Dutch Design Week 2026 meeneemt voor je eigen huis

Bezoekers lopen tussen ontwerppresentaties in een industriële hal tijdens Dutch Design Week in Eindhoven

Van 17 tot en met 25 oktober is Eindhoven weer negen dagen lang één grote ontwerpstudio. De 26ste Dutch Design Week heeft dit jaar als thema R.A.W., wat staat voor Rebel Authentic Worth. Dat klinkt abstract, maar het komt neer op iets wat je thuis meteen kunt gebruiken. Niet alles hoeft glad, af en perfect te zijn. ELLE zette op 11 oktober de hoogtepunten op een rij en noemt de editie ongepolijst en een tikje ongemakkelijk. Wij kijken door een andere bril, namelijk die van iemand die gewoon zijn woonkamer, keuken of slaapkamer wil inrichten. Wat neem je mee naar huis, ook als je er zelf niet heen gaat?

Zes ideeën uit Eindhoven die thuis werken

1. Laat de sporen van het maken zien

Ontwerper Dirk Duif toont in Building TT werk van de afgelopen jaren, vaak in staal, waarbij je volgens ELLE de sporen van het maken gewoon mag zien. Dat is precies de tegenbeweging van de strakke, gelakte interieurs van de afgelopen jaren. Thuis vertaal je dat met een tafel waarin de zaagsporen nog voelbaar zijn, een stalen kastje met een zichtbare lasnaad of een muur waarop je de kwaststreek ziet. Wie daar meer mee wil, vindt in ons stuk over kalkverf, stuc en structuurverf op de muur welke afwerking bij welke ruimte past. Een kleine waarschuwing erbij, want ruw is iets anders dan slordig. Eén ruw stuk in een verder rustige kamer valt op, drie ruwe stukken naast elkaar maken het al snel onrustig.

2. Koop in kleine families, niet in complete sets

Forward Furniture keert terug voor een tweede editie, met zo’n honderd internationale deelnemers in een industriële hal. Het concept is dat elke ontwerper drie meubelstukken uit één collectie laat zien. Dat is een slim idee om te lenen. In plaats van een complete eethoek of slaapkamerset uit één folder kies je drie stukken die duidelijk familie van elkaar zijn, bijvoorbeeld door hetzelfde hout of dezelfde ronde vorm, en vul je de rest aan met wat je al hebt. Het resultaat oogt bedachter dan een set en persoonlijker dan een willekeurige verzameling.

3. Speel met schaal

Duif vertrekt van alledaagse vormen als een kast, een tafel of een huis en draait zo lang aan schaal en functie tot het vervreemdend wordt. Thuis hoef je niet zo ver te gaan, maar het principe werkt in het klein. Een vaas die net te groot is voor de vensterbank, een vloerlamp die over de bank heen buigt of een spiegel die bijna tot het plafond reikt geeft een kamer een middelpunt. Houd het bij één zo’n stuk per ruimte, anders verliest het zijn werking.

4. Kijk anders naar gewone materialen

In dezelfde locatie hangen wandwerken van linoleum door RENS en staan meubels vol nietjes van Filip Pişta. Linoleum ken je van de keukenvloer, maar het is ook een warm, mat materiaal voor een bureaublad, een kastfront of een wandpaneel. Het idee erachter is breder dan linoleum. Wat je als restmateriaal of als iets alledaags ziet, kan in een andere rol best mooi zijn. Een plank steigerhout als wandrek is daar het bekende voorbeeld van, kurk, rubber en geperst papier zijn de minder voor de hand liggende.

5. Maak een zachte plek om in weg te kruipen

Yamuna Forzani bouwt in de groepsexpositie The Collective Response een coconachtige ruimte met rustplekken, wandtapijten en gordijnen. ELLE noemt het zacht, tactiel en een adempauze. Dat gevoel kun je thuis in een hoek van de woonkamer of slaapkamer namaken. Een wandkleed achter de leesstoel, een gordijn dat een nis afschermt in plaats van alleen het raam, een paar kussens op de grond. Textiel aan de wand dempt bovendien geluid, wat in een huis met harde vloeren direct merkbaar is.

6. Houd biobased in de gaten, maar koop nog niet blind

Biodesigner Emma van der Leest, een van de ambassadeurs van deze editie, laat in The Biodesign Warehouse zien hoe materialen die met schimmels, gisten en bacteriën worden gemaakt de stap van het lab naar gewone producten kunnen zetten. In een interview op de site van DDW zegt ze zelf dat techniek al veel kan, maar dat industrie, regelgeving en productieketens nog niet altijd meelopen. Haar eigen schimmelcoating is nog volop in ontwikkeling. Voor je eigen huis betekent dat vooral dit. Je ziet hier waar het heen gaat, niet wat je volgende maand in de winkel vindt. Vraag bij een product dat zich biobased noemt gewoon wat erin zit en hoe het onderhouden moet worden.

Wat je zelf in Eindhoven kunt zien

Ruim 2.500 ontwerpers verspreiden zich over de stad, van Strijp-S tot het centrum. Het volledige programma en de tickets staan op ddw.nl, waar je ook de app vindt om een route te plannen. Een deel van het programma is gratis. DDW zet dit jaar acht grote installaties in de openbare ruimte die vrij toegankelijk zijn. Op de Demer staat Waiting for the Bus van Luca Ortmann, gele stalen buizen die een tijdelijke wachtplek vormen, en op het 18 Septemberplein verandert BLAUPAUSE van Kollektiv Plus X drie aanhangwagens in blauw houten stadsmeubilair. Voor wie houdt van buitenruimte en tuinmeubels is dat interessant om te zien, omdat het laat zien hoe weinig je nodig hebt om een plek uitnodigend te maken.

In de aftermovie van vorig jaar zie je hoe de hallen en pleinen er tijdens de week uitzien, met bezoekers tussen de presentaties van ontwerpers en opleidingen.

Zo bezoek je het zonder overprikkeld thuis te komen

De organisatie raadt aan om vooraf grofweg te kiezen wat je niet wilt missen en daarnaast ruimte te laten voor toeval. Van der Leest geeft een vergelijkbare tip. Probeer niet alles te zien, loop ook eens buiten de bekende plekken en praat met de makers, want het verhaal achter een stukje materiaal verandert hoe je ernaar kijkt. Dat is ook de beste manier om er iets voor je eigen huis uit te halen. Maak foto’s van details, niet alleen van het geheel. Een kleurcombinatie, een randafwerking of een manier van stof draperen is thuis veel makkelijker na te doen dan een complete installatie.

Ga je niet zelf, dan is het thema op zich al een bruikbare les voor dit najaar. Een huis dat er geleefd uitziet, met materialen die mogen slijten en een paar stukken met karakter, voelt meestal prettiger dan een interieur dat eruitziet alsof niemand er ooit iets aan heeft aangeraakt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

WonenWonen