Kerstverlichting buiten kiezen: welk soort lampjes, hoeveel en veilig aansluiten
Zodra november begint, gaan de eerste lichtjes in de voortuin aan. Wie dit jaar buiten wil versieren, staat in de winkel voor een schap vol snoeren, gordijnen, lichtslangen en figuren, met codes op de doos die weinig zeggen. Toch hangt het meeste af van drie vragen: welk soort licht past bij de plek, hoeveel heb je nodig, en hoe krijg je de stroom er veilig naartoe.
Welk soort verlichting waar hoort
Snoerverlichting is de basis. Een snoer met lampjes om een boom, door een heg of langs een hek geeft het rustigste effect. Voor een boom werken lange snoeren met veel lampjes dicht op elkaar beter dan een paar losse sets; dan zie je minder kabel en meer licht. Wie binnen al een boom heeft staan, kent het principe uit ons stuk over een kunstkerstboom met verlichting kiezen.
Gordijn- en ijspegelverlichting hangt in strengen naar beneden en is gemaakt voor gevels, dakranden en overkappingen. Het vult een vlak in plaats van een lijn, en dat is precies waarom je er voorzichtig mee moet zijn: op een smalle rijtjesgevel wordt het snel veel. Een lichtslang is een flexibele buis met lampjes erin. Hij is stevig, je kunt er vormen mee leggen op een hek of langs een pad, maar het licht is gelijkmatiger en minder sprankelend dan een snoer. Verlichte figuren, zoals een rendier of een ster, zijn een blikvanger op één plek. Eén goed geplaatst figuur bij de voordeur zegt vaak meer dan drie verspreid over het gazon.
Let daarnaast op de kleur van het licht. Warmwit lijkt het meest op ouderwetse lampjes en past bij baksteen, hout en groen. Koelwit oogt strakker en bij een moderne gevel soms mooi, maar het naast elkaar mengen van warm- en koelwit valt in het donker meteen op. Kies één kleur voor de hele voorkant van het huis, dan oogt het als een geheel. De entree verder aankleden met lantaarns en groen? Daar gaat ons stuk over een herfstklare voordeur over.
Hoeveel heb je nodig
Begin met meten, niet in de winkel. Meet de lengte van de heg, het hek of de dakgoot, en bij een boom de hoogte en de omtrek van de kroon. Bij een boom die je rond wilt omwikkelen, heb je al snel een veelvoud van de hoogte aan snoer nodig.
Daarna komt een maat die vaak vergeten wordt: de afstand tot het stopcontact. Op de verpakking staan meestal twee lengtes, de verlichte lengte en de aanloopkabel. Die aanloopkabel is het stuk zonder lampjes tussen de stekker of transformator en het eerste lampje. Staat je boom tien meter van de gevel en is de aanloopkabel drie meter, dan heb je een verlengkabel nodig, en daar wil je liever niet op uitkomen (zie verderop). Kies dus een set met een aanloopkabel die lang genoeg is voor jouw plek.
Wil je meerdere sets aan elkaar koppelen, kies dan sets uit hetzelfde systeem. Koppelbare verlichting werkt met één transformator voor meerdere sets, en op de doos staat hoeveel sets of lampjes die transformator maximaal aankan. Ga daar niet overheen. Liever één set te weinig en op Tweede Kerstdag nog een bijkopen dan een transformator die het niet trekt.
Wat de IP-code op de doos betekent
Buiten heb je verlichting nodig die tegen vocht en vuil kan. Volgens Milieu Centraal herken je dat aan een IP-code op de verpakking van IP23 of hoger. Het eerste cijfer gaat over bescherming tegen stof en aanraking, het tweede over water. Hoe hoger het tweede cijfer, hoe beter de verlichting tegen regen en spatwater kan. Op veel sets voor buiten zie je IP44 staan. Lampjes zonder IP-code, of met een code die lager is dan IP23, zijn voor binnen en horen niet in de tuin, ook niet onder een afdak.
Let niet alleen op de lampjes, maar ook op de transformator en de stekker. Bij veel sets is de transformator minder goed beschermd dan het snoer zelf, en moet hij droog of overdekt hangen. Milieu Centraal wijst erop dat sommige buitensets met een transformator werken die netspanning omzet naar een lagere spanning, zoals 12 of 24 volt. Dat verkleint de risico’s: wat er in de tuin ligt, staat dan niet op 230 volt.
Stroomverbruik: led en een timer
Led verbruikt een fractie van wat gloeilampjes deden. Milieu Centraal rekent voor dat een snoer van honderd ledlampjes tussen 0,6 en 6 watt gebruikt, waar hetzelfde snoer met gloeilampjes 10 tot 50 watt trok. Bij een lichtslang gaat het om 2 tot 5 watt per meter tegen 16 watt bij de oude variant. Tussen binnen- en buitenlampjes zit nauwelijks verschil.
Het grootste verschil maak je met een timer. In het rekenvoorbeeld van Milieu Centraal daalt het verbruik van een volledig versierd huis van 170 kWh in een kerstperiode van dertig dagen naar zo’n 6 kWh, als alles led is en op een timer staat. Een timer zorgt ook dat de lampjes niet de hele nacht branden, en dat is goed nieuws voor vleermuizen, vogels en insecten in je tuin. Milieu Centraal raadt in haar tips voor diervriendelijke tuinverlichting aan om zo min mogelijk en zo zwak mogelijk te verlichten, liever van boven naar beneden, en weg van plekken waar dieren nestelen. Een boom vol lampjes is gezellig; een schijnwerper die je hele achtertuin tot middernacht verlicht, is dat minder. Zit er een transformator bij, trek dan de stekker eruit als de verlichting niet brandt, anders blijft hij stroom gebruiken.
Veilig aansluiten
Het mooiste is een buitenstopcontact met een klepje, op een groep met aardlekschakelaar. Heb je dat niet, dan wordt het al snel een verlengsnoer door een kier van de deur of het raam, en daar zitten de risico’s. Gebruik een verlengsnoer dat geschikt is voor buiten, zorg dat de koppeling tussen snoer en verlichting niet in een plas of op het gras ligt, en laat een snoer niet klem zitten tussen deur en kozijn.
De brandweer geeft rond de feestdagen een paar vaste adviezen die buiten net zo goed gelden. Gebruik één verlengsnoer per stopcontact en koppel geen stekkerdozen aan elkaar, schrijft Brandweer Twente. Controleer snoeren die een jaar in de schuur lagen eerst op beschadigingen. Gebruik je een kabelhaspel, rol die dan helemaal af, want een opgerold snoer kan warm worden tot het isolatiemateriaal smelt. En houd je huisnummer zichtbaar: tussen alle lampjes moeten hulpdiensten je in het donker nog kunnen vinden.
Ophangen doe je bij droog weer en met de stekker eruit. Gebruik clips of haakjes voor dakgoot en kozijn in plaats van spijkers of nietjes door de kabel. En als een lampje of stuk snoer beschadigd is, gooi de set dan liever weg dan dat je hem met tape repareert. Een nieuwe set kost minder dan het risico van een snoer waar water in kan lopen.
