Waarom een nieuwbouwhuis kaal voelt, en hoe oude spullen dat veranderen
Je kent het misschien. Je loopt een oud grachtenpand of een boerderij binnen en voelt je meteen thuis, terwijl je eigen nieuwbouwhuis met alles erop en eraan nog steeds een beetje als een showroom voelt. Daar is een verklaring voor, en die heeft een naam. Psychologen noemen het place authenticity, vrij vertaald de echtheid van een plek. House Beautiful sprak er op 18 oktober over met Ashley Krause, promovenda psychologie aan de University of Florida en medeauteur van een studie over het begrip. Wat zij zegt, is vooral bruikbaar voor wie in een nieuw of strak huis woont en zich afvraagt waarom het niet wil gaan leven.
Waarom oude plekken rust geven
Krause omschrijft place authenticity als het unieke karakter van een plek waardoor die echt en levend aanvoelt, en verbonden met zijn geschiedenis, cultuur of gemeenschap. In een van haar studies vroegen de onderzoekers deelnemers terug te denken aan een plek waarmee ze zich verbonden voelden. Hoe echter die plek in hun ogen was, hoe sterker de emotionele band die ze beschreven. Een plek kan volgens Krause een bron van continuïteit en houvast worden, een tegenwicht voor de eenvormige ruimtes die het moderne leven vaak bepalen.
Belangrijk is dat het een persoonlijke ervaring is. Wat de een als echt ervaart, vindt een ander nep of nieuw. De platenzaak om de hoek die jij ziet als het hart van de buurt, is voor een ander de zaak die de oude kruidenier verdrong. Daarom werkt het ook niet om het simpelweg na te bootsen. Authenticity arises from genuine connections, history, and emotional resonance
, zegt Krause, en dat kun je niet kopen in een stijlpakket.
Wat dit betekent voor een nieuwbouwhuis
Een nieuwbouwhuis heeft geen geschiedenis, dat is precies het punt. De muren zijn glad, de vloer is nieuw en er hangt nog niets van eerdere bewoners. Dat is heerlijk praktisch, maar het verklaart ook waarom zoveel mensen in een nieuw huis het gevoel hebben dat er iets ontbreekt. Krause noemt drie manieren om die echtheid zelf in huis te brengen, en ze vertalen zich goed naar een Nederlandse rijtjeswoning of appartement.
De eerste is spullen met een verleden. Erfstukken, antieke meubels of kunst die iets van jou of je achtergrond laat zien, maken een huis volgens haar meer geworteld. Dat hoeft geen kostbare antiek te zijn. Een oude keukentafel van je grootouders, een kast van de kringloop of een lamp van Marktplaats doen hetzelfde, omdat ze sporen van gebruik dragen die een nieuw meubel niet heeft. Steeds meer winkels spelen daar zelf op in, zoals we schreven over de tweedehandsmarkt van IKEA.
De tweede is persoonlijk maken. Volg gerust trends, zegt Krause, maar zorg dat er dingen staan die iets over jou zeggen, zoals werk van lokale makers of voorwerpen die bij je eigen verhaal horen. Een keramiekschaal van een pottenbakker uit de buurt zegt meer dan drie dezelfde vazen uit een webshop.
De derde is ruimte voor samenzijn. Een keuken waar mensen blijven hangen en een woonkamer waar je samen zit, krijgen volgens Krause vanzelf een warmere, meer geleefde uitstraling. Dat sluit aan bij de beweging weg van de strakke showroomkeuken, waar we eerder over schreven in de warme, geleefde keuken.
Waarom haast hier niet helpt
Het lastige aan dit alles is dat het tijd kost, en dat staat haaks op hoe we vaak inrichten. Na de sleuteloverdracht wil je zo snel mogelijk klaar zijn, liefst in één keer met een complete set uit de woonwinkel. Juist dan krijg je het showroomgevoel. House Beautiful verwijst naar slow decorating, de gedachte dat een huis in de loop van jaren zijn karakter krijgt, stuk voor stuk.
Voor wie net in een nieuwbouwwijk is neergestreken, is dat eigenlijk geruststellend. Je hoeft niet alles meteen goed te hebben. Begin met de grote dingen die je nodig hebt, een bank, een bed, een tafel, en laat ruimte over voor wat later komt. Een lege muur die over een jaar het schilderij krijgt dat je op vakantie vond, is beter dan een muur die nu een poster krijgt omdat hij leeg was.
Wil je toch sneller sfeer, kies dan materialen die mooi ouder worden. Massief hout, linnen, leer en natuursteen krijgen gebruikssporen die er bij horen, terwijl een hoogglans kastje na een paar jaar vooral beschadigd oogt. Voor huurders met een kaal huis geldt hetzelfde, al zit daar de uitdaging meer in wat je niet mag veranderen. Daarover gaat ons stuk over een saai huurhuis toch luxe inrichten.
Het mooie aan de uitleg van Krause is dat ze de liefde voor de rommelmarkt niet als nostalgie afdoet, maar als iets wat mensen echt nodig hebben. Wie op zaterdagochtend tussen de kramen loopt, is volgens die redenering niet alleen op zoek naar een koopje. Hij zoekt een stukje verhaal voor een huis dat er nog geen heeft.
