Trap veiliger maken zonder dat het lelijk wordt: vier tips van ontwerpers

Een houten trap met een traploper en een leuning

Een trap is het gevaarlijkste stuk van je huis, en in Nederland nog wat meer dan elders. Onze trappen zijn vaak smal en steil, met een draai erin om ruimte te sparen. Volgens VeiligheidNL komen alleen al kinderen van nul tot drie jaar zo’n 1.800 keer per jaar op de spoedeisende hulp terecht na een val van de trap. Bij ouderen is vallen in en om huis een van de belangrijkste oorzaken van letsel.

Een trap veiliger maken klinkt als traphekjes en antislipstrips. Het Amerikaanse House Beautiful vroeg ontwerpers naar ingrepen die de trap veiliger maken en tegelijk mooier. Vier daarvan werken ook in een Nederlands huis.

1. Licht op elke trede

Een ontwerpster die gespecialiseerd is in wonen voor ouderen begint altijd bij het licht. Naarmate je ouder wordt, vangen je ogen minder licht op, en dan wordt een schemerige trap lastig. Zij combineert inbouwspots langs de trap met ledverlichting onder de leuning die je met een aanraking aanzet. Het resultaat is een trap zonder schaduwen op de treden, en kleine kinderen die niet bij de schakelaar kunnen, hebben er ook licht.

Vertaald naar een gewone Nederlandse trap kan dat eenvoudiger. Een ledstrip onder de leuning of kleine lampjes in de muur ter hoogte van de treden geven licht waar je voeten staan, zonder dat het fel wordt. Een bewegingsmelder zorgt dat het ’s nachts vanzelf aangaat. Hoe je licht in lagen opbouwt, lees je in ons stuk over het verlichtingsplan.

2. Een traploper, goed bevestigd

Op gladde houten of geschilderde treden glijd je makkelijk uit, zeker op sokken. Een traploper geeft grip en is meteen een kans om iets met kleur of patroon te doen. Een ontwerpster vergelijkt hem met behang in de wc, een plek waar je wat meer mag durven, en ze is zelf dol op strepen.

Belangrijk is hoe de loper vastzit. Een loper die los over de neus van de trede valt, kan schuiven en is juist een risico. Laat hem strak om de neus heen trekken en aan de onderkant en de stootbord vastzetten. Daardoor rekt hij ook minder uit en gaat hij langer mee. Een stoffeerder of tapijtzaak legt dat voor je. Bij een open trap zonder stootborden werken losse antislipmatjes per trede beter.

3. Een doorlopende leuning

Een gevaarlijk punt is de plek waar de leuning onderbroken wordt, bijvoorbeeld op een bordes of bij een draai. Een ontwerpster lost dat op met een tweede leuning die wel doorloopt, en die mag er best anders uitzien dan de eerste. In hoogglans gelakt, met mooi beslag, of zelfs van acryl. Zij noemt de leuning een sieraad van het huis.

Bij veel Nederlandse trappen zit alleen aan een kant een leuning. Een tweede leuning aan de muurzijde is een kleine klus met veel effect, zeker voor kinderen en ouderen die zich aan beide kanten willen vasthouden. Leuningen en houders koop je bij de bouwmarkt of een trappenspecialist.

4. Spijlen die dicht genoeg staan

Grote openingen tussen de spijlen zijn gevaarlijk voor kleine kinderen en huisdieren. De Amerikaanse vuistregel is ongeveer tien centimeter als grootste opening. Een ontwerpster ziet te wijde spijlen als kans om iets moois te maken, met een strakke, donkere metalen balustrade met dicht op elkaar staande spijlen.

Heb je een oude trap met wijde spijlen en wil je niet meteen een nieuwe balustrade, dan is een plaat van plexiglas of een gespannen net een tijdelijke oplossing zolang de kinderen klein zijn.

Waar je begint

Wij zouden met licht en een leuning beginnen. Dat zijn de goedkoopste ingrepen, ze passen in elk interieur en ze helpen iedereen, van peuter tot opa. Een traploper is de mooiste upgrade, maar alleen als hij goed vastzit. En wie jonge kinderen heeft, zet er boven en onder gewoon een traphekje bij. Dat is niet het mooiste meubel van het huis, maar wel het nuttigste voor een paar jaar.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

WonenWonen